Verpakkingsinformatie invoeren

Via GS1 Data Source kun je verpakkingsinformatie delen met afnemers. Leveranciers beslissen zelf of zij de informatie aanleveren en stemmen dit af met hun afnemers. Zij kunnen dit echter verplichten. Afnemers kunnen de data onder andere gebruiken voor afvalverwerking of om aan wettelijke eisen te voldoen. 

Eisen herbruikbare verpakkingen

Met vertegenwoordigers vanuit de sector is afgesproken om de eisen van Fost Plus aan te houden. Voor herbruikbare verpakkingen gelden in Nederland en België de volgende eisen:

  • Verpakkingen waarvoor milieuheffingen wél van toepassing zijn:

Emballageartikelen/herbruikbare artikelen die als verpakking voor een consumenteneenheid worden gebruikt en door de consument retour gebracht worden in de winkel. Voorbeeld: bierflesjes, bierkratten.

  • Verpakkingen waarvoor milieuheffingen niet van toepassing zijn:

Emballageartikelen/herbruikbare artikelen die als verpakking in de logistiek tussen leveranciers en retailers worden gebruikt. Voorbeeld: CBL kratten, pallets.

Let op: voor Delhaize Le Lion/De Leeuw geldt in België een uitzondering. Zij ontvangen ook graag de verpakkingsinformatie van logistieke herbruikbare verpakkingen.

Verpakkingsinformatie invoeren

Vul in GS1 Data Source verpakkingsinformatie in van alle verpakkingen. Bekijk in het datamodel welke gegevens je waar invult.

Voor consumenteneenheden bepaal je of iets een verpakking is aan de hand van deze lijst van Fost Plus. Wil je aangifte doen bij het Afvalfonds Verpakkingen? Dan geldt mogelijk een andere instructie. 

Voorbeelden

Kies een voorbeeldproduct om te zien welke informatie je in welk veld invult.

 

In 6 stappen aan de slag

Herhaal de stappen hieronder voor elk verpakkingsniveau (consumenteneenheid, handelseenheid etc.) in GS1 Data Source.

1

Geef aan of de verpakking wel of geen emballageartikelen/herbruikbare artikelen bevat

Gebruik hiervoor het veld 'Emballageartikel/herbruikbaar artikel' (isPackagingMarkedReturnable).
Voorbeeld: bier in een glazen flesje dat retour komt. Voer in dit veld de waarde 'true' in. Voor verpakkingen die ook emballageartikelen/herbruikbare artikelen bevatten, vul je daarnaast velden over emballage in. Lees hier meer over in het document met een toelichting op de velden.

2

Bepaal het hoofdverpakkingselement

Kies een code uit de lijst met verpakkingstypes. Voorbeeld: de code 'BO' voor een fles. Als een product uit meerdere verpakkingselementen bestaat, kies dan alleen een code voor het hoofdelement van de verpakking. Andere verpakkingselementen die van het hoofdelement losgemaakt kunnen worden duid je aan met de code verpakkingstype 'PUG' (geen specificatie).

Er kunnen verschillende hoofdverpakkingselementen zijn. Voorbeeld: een plastic pot met yoghurt of roomkaas die is omhuld door een kartonnen huls. Vul voor beide hoofdverpakkingselementen een code voor het verpakkingstype in: pot = 'PT' en huls = 'SY'. De deksel van de pot is onderdeel van de pot en kun je ervan losmaken, daarom duid je deze aan met de code 'PUG'.

Uitzondering: doppen van flessen die van hetzelfde materiaal zijn als de fles (bijv. PET) krijgen dezelfde code (packagingTypeCode): ‘BO’. Geef ze alleen een andere code als ze van een ander materiaal zijn gemaakt (bijv. METAAL: ‘PUG’).

3

Geef van elk verpakkingselement het verpakkingsniveau aan

Gebruik het veld 'Verpakkingsniveau' (packagingLevel) en geef het niveau van de verpakking aan:

1 = Primair: een verpakking die is ontwikkeld als één verkoopeenheid voor de consument. Dit is het verpakkingsniveau voor producten die je hebt aangeduid als ‘BASE_UNIT_OR_EACH’ of ‘PACK_OR_INNER_PACK’ (zie veld ‘Hiërarchisch niveau’). Ook multipacks (bijv. een sixpack) krijgen verpakkingsniveau 1.
Voorbeeld: een plastic PET fles die aan de consument wordt verkocht, krijgt packagingTypeCode = 'BO' en packagingLevel = 1.
2 = Secundair: dit is een groepering van meerdere primaire verpakkingen. Vaak is dit een handelseenheid of omdoos (aangeduid met 'CASE' in het veld 'Hiërarchisch niveau').
3 = Tertiair: verpakking voor het transport van verkoopeenheden. Vaak is dit het niveau van de pallet (aangeduid met 'PALLET' in het veld 'Hiërarchisch niveau').
Als een verpakkingsniveau geen artikelcode (GTIN) heeft, dan vul je de gegevens bij een hoger of lager niveau in.

Wat doen met een consumenteneenheid die een andere consumenteneenheid bevat?

Als de eenheden in de verpakking een eigen artikelcode (GTIN) hebben, dan vul je het verpakkingsmateriaal van de eenheid (het blik) alleen in bij de artikelcode (GTIN) van de eenheid en niet bij de verpakkingsniveaus. Daar vul je alleen het verpakkingsmateriaal van die verpakking in. Bijv. een verpakking van zes blikken frisdrank.

Als de eenheden in de verpakking geen eigen artikelcode (GTIN) hebben, dan vul je het verpakkingsmateriaal van de eenheden (kleine zakjes chips) in bij de grotere verpakking (de grotere zak). Bijv. een grote zak met daarin verschillende kleine zakjes chips.
Let op: begin altijd met het invullen van de verpakkingsgegevens van het product in de hiërarchie dat een artikelcode (GTIN) heeft. Voorbeeld: een doos waarvan de pallet geen artikelcode (GTIN) heeft. Start met het invoeren van de gegevens van de doos en voeg vervolgens de gegevens over de pallet hieraan toe.

4

Geef een gedetailleerde beschrijving van het hoofdverpakkingselement

Geef in het veld ‘Verpakkingsomschrijving’ (packagingTypeDescription) van het hoofdverpakkingselement een gedetailleerde beschrijving van het hele product, inclusief alle verpakkingselementen. Voor het hoofdverpakkingselement is geen ‘PUG’ ingevuld als verpakkingstype. Voorbeeld: petfles met HDPE dop, omwikkeld door plastic wikkel met een papieren/plastic handvat.

5

Benoem alle materialen die horen bij de code van het verpakkingstype

Vul alle materialen die bij het verpakkingstype horen in het veld ‘Code verpakkingsmateriaal’ (packagingMaterialTypeCode) in. Als het om een samengesteld verpakkingsmateriaal gaat, dan vul je het veld ‘Code verpakkingsmateriaal’ (PackagingMaterialTypeCode) ‘COMPOSITE’ in, afhankelijk van het gebruikte materiaal.

6

Vul het gewicht van de materialen in

Vul het gewicht in het veld ‘Hoeveelheid verpakkingsmateriaal’ (packagingMaterialCompositionQuantity) (+ UOM) in. Vermeld de hoeveelheid zo nauwkeurig mogelijk, met drie decimalen achter de komma.

Uitzonderingen 

Voor sommige materialen voeg je extra informatie toe of ga je anders te werk dan hierboven staat:

  • Als je in het veld ‘Code verpakkingsmateriaal’ (packagingMaterialTypeCode) de code ‘GLASS’ of ‘GLASS_COLOURED’ kiest, dan geef je ook aan of het glas hergebruikt kan worden. Dit doe je in het veld ‘Is verpakkingsmateriaal valoriseerbaar?’ (isPackagingMaterialRecoverable) (TRUE/FALSE).
  • Als je in het veld ‘Code verpakkingsmateriaal’ (packagingMaterialTypeCodes) de codes ‘METAL_STAINLESS_STEEL’ of ‘METAL_STEEL’ of ‘METAL_ALUMINUM’ kiest, dan geef je ook aan wat de dikte van het materiaal is in het veld ‘Materiaaldikte’ (packagingMaterialThickness). Je gebruikt deze codes alleen als het verpakkingsmateriaal voor meer dan 50% in gewicht uit staal of aluminium bestaat.
  • Als je in het veld ‘Code verpakkingsmateriaal’ (packagingMaterialTypeCodes) de code ‘POLYMER_PET’ gebruikt, dan geef je ook de doorschijnendheid/kleur van het materiaal aan in het veld ‘Materiaalkleurcode’ (packagingMaterialColourCodeReference). Je kiest daarvoor één van de volgende waarden:
    • ‘NON_TRANSPARENT_BLACK’
    • ‘NON_TRANSPARENT_OTHER’
    • ‘TRANSPARENT_BLUE’
    • ‘TRANSPARENT_COLOURLESS’
    • ‘TRANSPARENT_GREEN’
    • ‘TRANSPARENT_OTHER’
    • ‘TRANSPARENT_BROWN’
    • ‘TRANSPARENT_BLACK’
  • Als het om samengesteld verpakkingsmateriaal gaat, dan gebruik je in het veld ‘Code verpakkingsmateriaal’ (packagingMaterialTypeCode) de code ‘COMPOSITE’.
    • In dat geval vul je in het veld ‘Samengesteld verpakkingsmateriaal – Code verpakkingsmateriaal’ (compositeMaterialDetail.packagingMaterialTypeCode) ook de materialen in waaruit het samengesteld materiaal bestaat.
    • Geef dan ook het gewicht aan in het veld ‘Samengesteld verpakkingsmateriaal – Hoeveelheid verpakkingsmateriaal’ (compositeMaterialDetail.packagingMaterialCompositionQuantity) + de meeteenheid.
    • Je gebruikt de codes ‘METAL_STAINLESS_STEEL’, ‘METAL_STEEL’ of ‘METAL_ALUMINUM’ alleen als het samengesteld verpakkingsmateriaal voor meer dan 50% van het gewicht uit aluminium of staal bestaat.
    • Als het samengesteld verpakkingsmateriaal uit meerdere andere materialen bestaat (naast aluminium/staal) en aluminium/staal maakt voor minder dan 50% van het gewicht deel uit van de samenstelling, dan vul je alleen de gegevens voor de andere materialen in en tel je het gewicht van het aluminium/staal op bij het materiaal met het hoogste gewicht.
    • Bestaat het samengesteld verpakkingsmateriaal naast het aluminium/staal uit maar één materiaal? En maakt aluminium of staal voor minder dan 50% van het gewicht deel uit van de samenstelling? Vul deze samenstelling dan niet in als samengesteld verpakkingsmateriaal, maar vul alleen de gegevens van het andere materiaal in. Tel het gewicht van het aluminium/staal op bij het andere materiaal.
  • Als je in het veld ‘Samengesteld verpakkingsmateriaal – Code verpakkingsmateriaal’ (compositeMaterialDetail.packagingMaterialTypeCode) de codes ‘METAL_STAINLESS_STEEL’, ‘METAL_STEEL’ of ‘METAL_ALUMINUM’ gebruikt, vul dan ook de dikte van het materiaal in het veld ‘Samengesteld verpakkingsmateriaal – Materiaaldikte’ (CcompositeMaterialDetail.packagingMaterialThickness) in.
X