Hoe meet je producten?

Van alle artikelen leg je de afmetingen vast in GS1 Data Source. Om dat goed en consequent te doen zijn er meetregels.

De basisregels in het kort

1

Bepaal de voorkant

De voorkant van het product is de kant met het grootste oppervlak om het product aan de consument te verkopen/promoten.

2

Bepaal hoe je een product neerzet

De zogenaamde oriëntatie van een product bepaal je normaal gesproken door de plaatsing van de merknaam. Kun je de merknaam op een normale manier lezen? Dan heb je de goede oriëntatie.

3

Bepaal hoogte, breedte en diepte

Als basisregel voor consumenteneenheden geldt (met de voorkant naar je toe in de juiste oriëntatie):
- Hoogte: van het laagste punt tot aan het hoogste punt.
- Breedte: van het meest linkse punt tot het meest rechtse punt.
- Diepte: van het voorste punt tot aan het achterste punt.

Internationale meetregels

Op internationaal niveau hebben retailers en leveranciers afspraken gemaakt over hoe je de afmetingen van een artikel moet bepalen. Deze regels gelden ook voor de Nederlandse markt. Op de site van GS1 Global vind je alle regels in het Engels (GDSN Package Measurement Rules Standard).

Afmetingen invullen met en zonder verpakking

Je vult altijd de afmetingen in van het product met verpakking en in bepaalde gevallen zonder verpakking:

  • Als het product uit de verpakking (en evt. in elkaar is gezet) een vaste vorm heeft - zoals een boormachine, vaas of meubel - dan vul je ook de afmetingen in van het product uit de verpakking. Zo weten consumenten hoe groot het product is.
  • Van een product dat een losse vorm heeft uit de verpakking (zoals verf of diervoeding) hoef je de afmetingen zonder verpakking natuurlijk niet in te voeren.

De hoogte, breedte en diepte velden (field ID's 3.012, 3.013 en 3.014) van het artikel inclusief verpakking vul je in onder de tab ‘Afmetingen, gewichten en inhoud’. De afmetingen (field ID's 3.019, 3.020 en 3.021) van het artikel zonder verpakking vul je in bij ‘Extra artikelafmetingen‘.