ESPR - Ecodesign for Sustainable Products Regulation - GS1 DPP Tshirt

ESPR - Ecodesign for Sustainable Products Regulation

Milieu-impact van producten verminderen met een Digital Product Passport

De ESPR-wetgeving (Ecodesign for Sustainable Products Regulation) heeft één doel: producten duurzamer maken door eisen te stellen aan het ontwerp van fysieke goederen die in de EU worden verkocht. Een belangrijk onderdeel hiervan is het Digital Product Passport (DPP).

Het DPP reist met het product mee en bevat informatie over samenstelling, herkomst en hoe het product gebruikt, hergebruikt of gerecycled kan worden. 

GS1 past binnen eerste Europese normen voor DPP

Ondanks dat het nog niet bekend is wat de inhoud moet zijn van een digitaal productpaspoort (DPP) is het nu wel duidelijk hoe zo’n paspoort technisch moet worden ingericht. De eerste Europese normen voor het Digital Product Passport (DPP) die nu zijn gepubliceerd beschrijven de basis voor productidentificatie, datadragers, gegevensuitwisseling, opslag, API’s en interoperabiliteit.

Het is nu officieel bekend dat bedrijven o.a. de GTIN en de QR Code powered by GS1 (met GS1 Digital Link) kunnen gebruiken voor een DPP omdat die aansluiten op het Europese toegestane technische kader. Lees verder

Bekijk hieronder wanneer het (via Delegated Acts) duidelijk is wat er in een DPP moet staan per productcategorie. Na ca. 18 maanden is een DPP dan verplicht.

ESPR - Ecodesign for Sustainable Products Regulation - GS1 Tijdlijn ESPR

In het Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) Working Plan staan twee cruciale concepten om de duurzaamheid van producten te verbeteren:
•    Reparability including scoring - een systeem om de repareerbaarheid van verschillende producten te beoordelen en te vergelijken.
•    Recycled content en recyclability - het percentage gerecycled materiaal in een product en het vermogen van een product om aan het einde van zijn levensduur gerecycled te worden.

GS1 helpt!

Eén datataal

Hoe krijg je online data bij het juiste product? De basis is het identificatienummer (GTIN) dat elk product uniek maakt. Door het scannen van een QR-code met zo’n nummer krijg je toegang tot alle benodigde productdata.

Samenwerken

Samenwerken is essentieel om afspraken te maken over welke data nodig is en hoe we die kunnen delen en gebruiken. GS1 brengt partijen samen om impact te bepalen, data uit verschillende bronnen te ontsluiten en pilots te starten. 

Internationaal en neutraal

GS1 is actief in 147 landen en helpt meer dan 2 miljoen bedrijven met open standaarden voor identificatie en het delen van betrouwbare data. We zijn onafhankelijk, hebben geen winstoogmerk en onze oplossingen zijn voor iedereen te gebruiken.

Voorbeelden Digital Product Passports

Paspoorten gemaakt met de QR Code powered by GS1

ESPR - Ecodesign for Sustainable Products Regulation - GS1 Modeevent 4 2005

'Behind the seams: Digital insights in socks' 

Bekijk de casestudy van Socklab over een DPP-pilot met sokken en ontdek hoe alledaagse producten digitaal traceerbaar worden via de QR Code powered by GS1.

ESPR - Ecodesign for Sustainable Products Regulation - GS1 Modeevent 4 2005

Een Digital Product Passport maken?

Met één datataal is informatie voor iedereen beschikbaar en te gebruiken. Er zijn al GS1 standaarden en infrastructuur om producten, locaties en gebeurtenissen te identificeren en deze data in de keten en met de consument te delen. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Gebruik het 5 stappenplan om te beginnen!

Met de standaarden (bouwblokken) van GS1 kun je data delen en toegankelijk maken voor het Digital Product Passport. De QR Code powered by GS1 met de GS1 Digital Link helpt bij het beschikbaar maken van de informatie voor het paspoort. 

Veelgestelde vragen

De Europese Unie heeft aangekondigd dat het Digital Product Passport (DPP) vanaf 2027 verplicht wordt voor verschillende productcategorieën. De Europese Commissie geeft prioriteit aan 5 productcategorieën: textiel (kleding), staal en aluminium, meubels, banden en matrassen. Andere productcategorieën (ook bedrijfskleding) volgen daarna.

Het DPP zal essentiële informatie bevatten over een product, zoals materiaalherkomst, ecologische impact en onderhouds- en recyclinginstructies. De specifieke eisen worden per productcategorie beken gemaakt in zogenaamde Delegated Acts. De eerste DA voor textiel wordt begin 2027 verwacht.

•    Het product moet een unieke identifier hebben, vastgelegd in een toegankelijke ‘data carrier’, zoals de QR Code powered by GS1 
•    Vrije toegang voor iedereen in de supply chain, maar rechten kunnen verschillen.
•    Wereldwijde door iedereen te gebruiken standaarden voor productdata (open en interoperabel) 
•    ‘Machine readable, searchable, structured’

De normen waaraan de systemen moeten voldoen zijn in mei 2026 gepubliceerd.

De zes in mei 2026 gepubliceerde normen vormen samen de technische bouwstenen van het DPP. GS1 standaarden sluiten goed aan op deze normen omdat ze de vereiste functies invullen. Het gaat dan om de wereldwijd unieke identificatie van producten, locaties en partijen en datadragers zoals QR-codes met GS1 Digital links die de onderlinge uitwisselbaarheid van data tussen systemen waarborgen. Dit is de kern van wat GS1 al 50 jaar lang doet: het mogelijk maken van één wereldtaal voor het vastleggen en delen van productdata.

GS1 standaarden zijn volgens de normen direct bruikbaar als bouwstenen waarmee producenten, retailers en solution providers invulling kunnen geven aan de DPP-eisen van de EU. 
•    Voor DPP solution providers en IT-afdelingen van de bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de DPP informatie zijn de normen te vinden op het platform NEN-connect. Als zij voor hun DPP-oplossing gebruik maken van GS1 standaarden dan zijn die DPP’s qua systeemvereisten compliant aan wetgeving.
•    Bedrijven die een DPP willen maken en al een GTIN (EAN) op hun product hebben staan, kunnen die gebruiken om via de QR Code powered by GS1 Digital Links aan te maken naar relevante informatie. Er is dus geen andere identifier of QR-code nodig.
•    Bij de keuze voor een partij die een DPP kan maken kan gevraagd worden of die van GS1 gebruik maakt. Als dat zo is dan weet je dat je gebruik maakt van geschikte standaarden die aan de normen voldoen.

De normen zijn ontwikkeld in opdracht van de Europese Commissie binnen het kader van de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR). De uitwerking vond plaats in de gezamenlijke technische commissie CEN-CLC/JTC 24, met input van nationale normalisatie-instituten zoals NEN. Ook Nederlandse experts leverden via deze route inhoudelijke bijdragen. Jan Merckx van GS1 was de voorzitter van de Nederlandse NEN-werkgroep. Andere GS1 organisaties - zoals in Duitsland en Zweden – zijn ook betrokken bij de norm-organisaties in hun land.

Na consultatie, commentaarrondes en stemming zijn de eerste zes normen op 27 mei 2026 gepubliceerd. Aanvullende normen binnen dezelfde reeks volgen later en gaan over veilige toegang, betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van data. 

De technische basis vereisten zijn bekend dus je kunt alvast beginnen met het opstellen van een eerste versie. Zo kun je kijken wie je in je organisatie nodig hebt, waar je de informatie vandaan kunt halen en of en hoe je systemen aan moet passen. Zie het als een periode om te leren om zo het proces voor al je producten te versnellen zodra alle details duidelijk zijn.

De Delegated Act voor textiel komt er waarschijnlijk begin 2027. Daarna is er een periode van 18 maanden om ervoor te zorgen dat textielproducten een DPP hebben.

Voor elektronica geldt al langere tijd duurzaamheidswetgeving. Er was een Ecodesign and Energy Labelling Working Plan 2022-2024 dat is vervangen door het Ecodesign for Sustainable Products and Energy Labelling Working Plan 2025-2030. Bekijk de lijst met elektronische producten waarvoor dit geldt.

Er geldt een soort van overgangsperiode dus de implementatie zal geleidelijk gaan. Maar als je uiteindelijk niet op tijd een DPP hebt dan betekent dit dat je je product niet op de Europese markt mag aanbieden. De verwachting is wel dat je een waarschuwing krijgt en de tijd om e.e.a. op orde te brengen. De Delegated Act zal daar waarschijnlijk meer informatie over geven.

Traceerbaarheid gaat om het inzicht krijgen de reis van het product: om de herkomst, productie en distributie van een product te volgen en te verifiëren in de supply chain. Zowel traceerbaarheid als DPP zijn gericht op transparantie over de reis van een product. Maar een DPP gaat verder, omdat je in een DPP veel meer informatie toevoegt, zoals gebruiksinstructies en hoe een product kan worden gerepareerd en/of gerecycled. 

Bedrijven zijn straks verplicht een DPP toe te voegen aan hun product als ze het ter beschikking stellen op de markt. De verplichting gaat dus verder dan alleen verkopen. 

Het DPP biedt voor bedrijven die het product op de markt brengt nieuwe commerciële kansen, bijvoorbeeld om consumenten aan zich te binden die graag duurzame producten kopen of om circulaire businessmodellen te ondersteunen (zoals verhuren en repareren). Wat volgens de wet niet mag is dat solution providers de data in de door hun gemaakte DPP’s gaan gebruiken voor commerciële doeleinden zonder toestemming van het merk.

Standaardisatie: GS1 zorgt ervoor dat DPP-gegevens (materiaalinformatie, verzorgingsinstructies, CO₂-voetafdruk) worden gedeeld in een formaat dat werkt in de hele EU-toeleveringsketen. Geen verschillende formaten voor verschillende partijen in de keten - één wereldstandaard die werkt voor iedereen.
Interoperabiliteit: GS1 zorgt ervoor dat productpaspoorten volledig interoperabel zijn met andere identificatiesystemen. Essentieel voor de communicatie en gegevensoverdracht tussen verschillende partijen. 
Gemakkelijk toegang tot informatie: Met GS1 Digital Link kan iedereen eenvoudig de barcode of QR-code op het product scannen om real-time productinformatie te bekijken. Eén link biedt meerdere bronnen: één scan toont het Digitale Product Passpoort (DPP) waar bijvoorbeeld het T-shirt vandaan komt en hoe het aan het einde van zijn levensduur gerepareerd en gerecycled kan worden.
Traceerbaarheid: Met behulp van GS1 tools zoals het Global Location Number (GLN), de QR Code powered by GS1 met Digital Link en EPCIS voor eventdata, kunnen bedrijven de reis van elk item volgen - van fabriek tot magazijn tot consument.

GS1 standaarden helpen bij het inzicht krijgen in je supply chain: fabrikanten en hun leveranciers en ook weer hun leveranciers. Ze stroomlijnen de data-uitwisseling tussen fabrikanten, leveranciers van materialen en andere partijen vóór het eindproduct bij de retailer belandt. Deze standaarden kunnen bedrijven én solution providers gebruiken om een DPP mee te maken.

Welke standaarden zijn dit?
GTIN (Global Trade Item Number) - Artikelnummer voor identificatie van producten of onderdelen. De GTIN - ook bekend als EAN - is het unieke nummer dat onder de barcode staat van het kledingstuk.
QR Code powered by GS1 met GS1 Digital Link - Dé QR-code (gekoppeld aan de GTIN) die toegang biedt aan verschillende linkbronnen zoals data over de herkomst, certificering of gebruiksinstructies. Een kledingstuk krijgt bijvoorbeeld een QR Code powered by GS1 met de Digital Link 'https://id.gs1.org/01/08706000134352', waarin de GTIN verwijst naar een specifiek model, kleur en maat. Bij het scannen krijgt de consument toegang tot informatie over het productieproces, gebruikte materialen, de fabriek in Bangladesh (via de GLN) én tips voor onderhoud of hergebruik.
GLN (Global Location Number) - Nummer voor identificatie van locaties of organisaties (fabrieken, magazijnen, leveranciers). Zo kan een kledingmerk productiefaciliteit X in Bangladesh een unieke GLN geven die kan worden gebruikt in traceerbaarheidssystemen, certificeringsrapporten en DPP’s voor herkomstinformatie. 

 

De Delegated Acts gaan de ‘granulariteit’ bepalen. De verwachting is dat coderen nodig is op modelniveau. De EU wil het niveau zo hoog mogelijk leggen omdat een DPP op itemniveau teveel energie zal vragen.

Bedrijfskleding staat (nog) niet in de prioriteiten voor een DPP. Maar we raden aan toch te starten met een DPP voor deze groep, want de kans is groot dat criteria worden doorgetrokken binnen één productgroep. Bedrijfskleding zou dan onder textiel vallen. Maar als bijvoorbeeld (bedrijfs)kleding alleen intern gebruikt wordt en na gebruik weer door het bedrijf zelf wordt ingenomen dan geldt de DPP-verplichting niet.

Nee, er komt alleen een centraal register met daarin alle DPP’s.