Flexibele velden voor het uitwisselen van gevaarlijke stoffen

Flexibele velden woren gebruikt voor het aan elkaar koppelen van informatie en het gestructureerd uitwisselen van gevaarlijke stoffeninformatie.

Hoe werkt het?

Geef aan welke gegevens u in het flexibele veld invult, door het invullen van de velden die u aan het flexibele veld koppelt. Hieronder vindt u een lijst van de flexibele velden en de velden die u hieraan koppelt:

Flexibele velden

  1. Indicatie SDS wettelijk verplicht (GDSN-naam: propertyCode)
  2. Indicatie limited quantity (GDSN-naam: propertyCode)
  3. Limited quantity waarde (GDSN-naam: propertyMeasurement)
  4. Eenheid limited quantity waarde (GDSN-naam: propertyMeasurement/@measurementUnitCode)
  5. BRZO/Seveso gevarencategorie (GDSN-naam: propertyCode)
  6. Productgroep (GDSN-naam: propertyCode)
  7. Gevarenaanduidingencode (Hazard) 2.1 (GDSN-naam: propertyCode)
  8. Gevarenaanduidingen (Hazard) - aanvullende omschrijving 2.1 (GDSN-naam: propertyDescription)
  9. Gevarenaanduidingen (Hazard) - aanvullende omschrijving 2.1 taalcode (GDSN-naam: propertyDescription/@languageCode)
  10. Indicatie kindveilige sluiting (GDSN-naam: propertyCode)
  11. Indicatie product is verf in blik (GDSN-naam: propertyCode)

Velden waarin u aangeeft welke gegevens u via een flexibel veld uitwisselt

  • additionalTradeItemClassificationSystemCode: vaste waarde ‘64’ voor alle velden (64 is een waarde uit de codelijst ‘AdditionalTradeItemClassificationCodeListCode’)
  • additionalTradeItemClassificationCodeValue: vaste waarde ‘0’ voor alle velden.
  • additionalTradeItemClassificationPropertyCode: code (an..17) waaronder een flexibel veld binnen een groep is vastgelegd. Dit veld wordt gevuld met het FieldID dat staat aangegeven in de instructie van het gevaarlijke stoffenveld in de Attribute Explorer.
  • In één van de onderstaande velden vult u dan de specifieke informatie in die u volgens de instructie van het gevaarlijke stoffenveld moet invoeren. Welke van de onderstaande velden u daarvoor gebruikt, vindt u in de kolom ‘GDSN name’ in de excel veldenlijst die u uit Attribute Explorer kunt exporteren.
  • ‘propertyMeasurement’: waarde (n..15) die wordt ingevuld in het betreffende veld, inclusief eenheid (an..3) in MeasurementUnitCode [unitOfMeasure].
  • ‘propertyCode’: code uit de codelijst (an..80) die hoort bij het betreffende veld. De omschrijving kan lokaal in de juiste taal worden gepresenteerd.
  • ‘propertyInteger’: numerieke gehele waarde (n..15) die wordt ingevuld in het betreffende veld.
  • ‘propertyString’: vrije tekst ingevuld in het betreffende veld waarvan de waarde voor alle talen hetzelfde is.
  • ‘propertyDescription’: vrije tekst (an..5000) die wordt ingevuld in het betreffende veld. Deze vrije tekst kan in meerdere talen worden vermeld. Als u dit veld invult, moet u ook een waarde in het volgende veld vermelden: languageCode: vermeld een geldige waarde uit de codelijst voor taalcodes.

Voorbeeld

Als u het veld ‘Indicatie SDS wettelijk verplicht’ wilt invoeren, dan vult u het volgende in:

  • Het veld ‘Aanvullend classificatiesysteem’ (‘additionalTradeItemClassificationSystemCode’) met de vaste waarde ‘64’.
  • Het veld ‘Aanvullend classificatiesysteem waarde’ (‘additionalTradeItemClassificationCodeValue’) met de vaste waarde ‘0’.
  • Het veld ‘Aanvullend classificatiesysteem veldcode’ (‘additionalTradeItemClassificationPropertyCode’) met de waarde ‘5.006’.
  • Het veld ‘propertyCode’ met de waarde die u in het veld ‘Indicatie SDS wettelijk verplicht’ wil opvoeren (dus ‘TRUE’ of ‘FALSE’).

Herhaalbaarheid van flexibele velden

Sommige flexibele velden kunnen meerdere keren voorkomen. Hoe u dit technisch implementeert, staat hieronder in een CIN-bericht.

We gebruiken cookies om je een betere gebruikservaring te bieden op deze website. Door te accepteren ga je akkoord met het gebruik van cookies.

Lees meer